Frankrijk is klaar met straatintimidatie

Kennen jullie de Franse Marie Laguerre nog? Eind juli was zij onderweg naar huis toen een man haar begon lastig te vallen. Toen zij hem vertelde te zwijgen nam hij dit niet licht op. Hij pakte direct een asbak van tafel, smeet die vervolgens naar haar, achtervolgende haar en sloeg haar daarna in het gezicht. Dit alles was te zien op een video die viral ging.

Kort nadat de video publiekelijk gemaakt werd, keurden de Franse wetgevers een wetsvoorstel goed dat on-the-spot boetes introduceert tegen straatintimidatie. Vrouwen in Frankrijk voerden hiervoor campagne op social media met de hashtags #NousToutes en #BalanceTonPorc.
Inmiddels is de aanvaller van Laguerre gevonden en veroordeeld tot zes maanden cel. Ook moet hij de vrouw een compensatie betalen. Al eerder werd er een man vervolgd onder de nieuwe wet van Frankrijk met een boete van 300 euro nadat hij een vrouw had aangerand in een bus in de buurt van Parijs. Zo laat Frankrijk dus aan Nederland zien hoe het ook kan.
Niet dat we zo achterlopen, hoor. In ons land is er ook goed nieuws! Twee Rotterdamse mannen moeten zich volgende maand bij de rechtbank melden omdat ze worden verdacht van straatintimidatie. Het is voor het eerst dat hiervoor strafrechtelijke vervolging wordt ingesteld. Eén man wordt beschuldigd van een enkel strafbaar feit, de ander wordt verdacht van meer. Hoe oud de verdachten zijn en waar ze vandaan komen kon het Openbaar Ministerie niet zeggen.

Straatintimidatie gaat niet over verleiden, maar over domineren. Een onbekende vrouw uitschelden voor “hoer” of reduceren tot een seksueel object is niet hetzelfde als een toenaderingspoging. Wij zijn blij dat de Fransen eindelijk klaar met straatintimidatie zijn en de plegers hard aanpakken, net als de Nederlanse rechter volgende maand hopelijk zal doen.

Deze tekst is geschreven voor Stichting Stop Straatintimidatie

Expats helpen met landen in Amsterdam


Credits: Lotte Feenstra

“Hoe kun je (aanstaande) bewoners van het Zoku Amsterdam zich thuis laten voelen binnen een speelse, maar tegelijkertijd zakelijk context. Daarbij is het de bedoeling dat de bewoners elkaar actief bijstaan.” Over dit vraagstuk bogen 5 teams studenten van de opleiding Communication & Multimedia design van de Hogeschool van Amsterdam zich de afgelopen weken.

Afgelopen donderdag presenteerden zij hun (digitale) eindproducten aan Veerle Donders, community manager van het Zoku en Maarten Terpstra, projectmanager en community manager van de Knowledge Mile. Alle 5 ideeën bieden stuk voor stuk een oplossing voor een betere integratie van de hotelgasten. Zij worden voor een baan naar Nederland gehaald en verblijven in het Zoku. Voor het project ‘Persuasive Design’ hebben de studenten ideeën ontwikkelt om hulp te bieden aan de expats bij het ‘landen’ in een voor hen nieuwe omgeving.

De concepten op een rijtje

Zoku Bud
Zoku Bud is als een buddy voor je. De applicatie biedt een platform waar de bewoners van Zoku al hun vragen op kwijt kunnen. Je kunt korte vragen stellen, maar ook om advies vragen. Daarnaast biedt de applicatie ook de mogelijkheid om met anderen af te spreken. Voor een vraag waar je mee zit, of gewoon om een biertje te drinken. Maak het leven makkelijker met Zoku Bud.

Door: Wesley van ’t Hart, Daan Jansen, Eva Ruijg & Vincent Defize

Zoku Inspire
Inspirerende workshops door en voor bewoners van het Zoku hotel en Amsterdammers. Vergroot je sociale netwerk, deel kennis en verbreedt je horizon. Door workshops te geven en er aan deel te nemen wordt het makkelijker om uit je comfort-zone te stappen.

Door: Elton Goncalves Gomes, Misja Hermans & Lotte Feenstra

Taiki
Taiki staat voor ‘weet veel’. Dit is ook precies wat de applicatie doet. Taiki is jouw persoonlijke assistent. Krijg hulp bij alle belangrijke zaken waar je als expat mee te maken krijgt. Hoe werkt het openbaar vervoer in Amsterdam? Wat moet ik doen om een huis te huren? Door een aantal stappen te volgen kun je je in een mum van tijd een echte Amsterdammer noemen. ‘Building a new life through a guided process’

Door: Noelle, Harun & Mirza

Touch and Go
Waar zijn de leukste Amsterdamse hotspots te vinden? Waar moet ik heen om een gezellige avond te hebben? Dit zijn de vragen waar Touch and Go antwoord op geeft. De applicatie biedt een interactieve kaart waarop alle leuke spots van Amsterdam te vinden zijn. Samen met andere bewoners iets doen? Spreek met z’n allen af en krijg ook nog eens korting op jouw avondje uit. Het doel van Touch and Go is het verbinden van de bewoners en de locals.

Door: Nick Albregtse, Ruben Brouwer & Sven Alakopsa

The Wall
The Wall gaat over ervaringen delen over Amsterdam. Door een interactieve post-it wall in de woonkamer van het Zoku hotel kunnen de bewoners de leukste plekjes van Amsterdam ontdekken. Naast het delen van hotspots kan er ook belangrijke informatie worden gedeeld. Ben je zelf ergens geweest wat echt de moeite waard is of heb je iets van waarde te melden, deel het dan snel op The Wall. Misschien hebben de andere bewoners er ook iets aan.

Door: Toufik Benamar, Diana Nguyen & Mirthe Huijsmans

Deze tekst is geschreven voor de Knowledge Mile Amsterdam

Online vs Offline: We used to talk to each other…


Credits: Joe Dator

Onze band met technologie wordt steeds hechter. Technologie is steeds meer verweven geraakt met onze levens en verzamelt op deze manier informatie over ons. Deze zogenaamde intieme technologische revolutie wordt onder andere mogelijk gemaakt door sociale media.

We laten technologie steeds verder binnen in onze persoonlijke sfeer. Dit heeft bepaalde gevolgen op ons mens-zijn. De technologie biedt kansen voor innovatie en geeft mensen mogelijkheden tot zelfontplooiing. We kunnen steeds meer en sneller dingen doen. Aan de andere kant kunnen overheden, bedrijven en andere mensen deze technologieën inzetten om invloed op anderen uit te oefenen.

Dit essay gaat in op de vraag of wij ons zorgen moeten maken over ons recht op privacy. Het gaat in op de trend dat technologie zich in snel tempo tussen ons nestelt en steeds meer over ons te weten komt of juist steeds meer over ons vrijgeeft. Bijna iedereen doet tegenwoordig mee aan het sociale mediacircus, maar kennen we ook de gevaren ervan?

We gebruiken sociale media om ons te laten zien aan de buitenwereld, contacten te leggen en met anderen te communiceren. We staan voortdurend in contact met wie we maar willen en waar we maar willen. Sociale media zorgt ervoor dat we nooit alleen hoeven te zijn. Volgens psychologe Sherry Turkle (2011) kunnen we geen genoeg krijgen van mensen, zo lang het maar op enige afstand blijft. In een hoeveelheid die voor ons controleerbaar blijft. [1]

Maar we doen veel meer met sociale media dan alleen communiceren. Het draagt bij aan onze identiteit, online en offline. We profileren ons ermee. Dit geldt voor LinkedIn, maar ook voor Facebook en Twitter. We worden steeds doorzichtiger voor de mensen om ons heen.

Onlangs heeft het Europees Parlement besloten sociale media te verbieden voor kinderen (Klomp, 2016). [2] In 2018 gaat de grens om te twitteren bijvoorbeeld naar zestien jaar. Ze gaan de nieuwe wet invoeren om de mogelijk schadelijke effecten van Twitter, Facebook, Instagram en andere sociale media op de ontwikkeling van jonge kinderen te kunnen bestrijden. Vanaf 2018 mag een kind onder de zestien jaar zonder toestemming van de ouders niet meedoen aan de sociale media.

Volgens Susan Greenfield, neurowetenschapper aan de Universiteit van Oxford, kunnen jongeren een obsessieve persoonlijkheid, een slechte zelfbeheersing en een korte spanningsboog ontwikkelen door het gebruik van sociale media.[2]

Jongeren zullen minder goed overweg kunnen met de werkelijkheid wanneer zij dag in dag uit met het internet bezig zijn. Uren achter je computerscherm zitten, in plaats van naar buiten te gaan, zou een negatief effect hebben op emotionele en sociale vaardigheden.

Maar niet iedereen is het met Greenfield eens. Justine Pardoen, eigenaar van Bureau Jeugd & Media, vindt dat er helemaal niet gezegd kan worden dat sociale media schadelijk zijn. [2] Volgens haar hangt het allemaal af van de persoon, de situatie en het soort inhoud. De context is met name belangrijk. Hoe wordt er met die media omgegaan? Hoe vaak wordt ervan gebruikt per dag?

Volgens Pardoen gaat een verbod niet helpen. Ze zegt dat het onrealistisch is om te denken dat kinderen geen gebruik meer zullen maken van sociale media. Met zo’n verbod zou je de verantwoordelijkheid leggen bij de ouders, terwijl kinderen juist zouden moeten leren om zelf verantwoordelijk te zijn voor hun gedrag. [3]

Maar wat maakt deze virtuele wereld zo aantrekkelijk dat we er haast alles voor willen opgeven? Ongeacht leeftijd. Volgens Turkle zijn mensen opzoek naar vriendschap zonder de eisen en nadelen van een échte, real-life vriendschap. We verwachten van technologie meer dan van onze eigen vrienden. Door te mailen, te posten en het sturen van berichtjes kunnen we onszelf presenteren hoe we zelf willen. We kunnen bewerken en verwijderen. We kunnen nadenken over hoe we reageren. In de fysieke wereld krijgen we deze tijd niet. Er moet gelijk gereageerd worden, zonder bedenktijd. [1]

Maar er hangt een duur prijskaartje aan die uitgedachte, verbeterde versie van onszelf online…

We laten een afdruk achter bij elke muisklik en bij elke toetsaanslag. [4] Deze zogenaamde digitale voetafdruk kan een van de grootste bedreigingen vormen voor mensen op sociale media. Veel mensen begrijpen niet dat wat je online plaatst, altijd blijft bestaan. Er wordt niet nagedacht over de foto’s die ze plaatsen of de berichtjes die ze posten.

Daarnaast worden we scherp in de gaten gehouden door marketeers. Zoek je een leuk jurkje op de ene website, kom je ‘m tot een paar dagen later keer op keer tegen op Facebook of Google. Naast het tracken van zoekresultaten beïnvloeden de marketeers ons ook met hun eigen aanbiedingen gebaseerd op wat wij ooit online hebben gezocht.

De meeste onlinediensten vragen niet veel meer van je dan een beetje informatie. Facebook heeft je naam, je email, een paar van je favoriete films of artiesten nodig. Google vraagt zo af en toe om de gebruikersvoorwaarden opnieuw te accepteren voor een update en LinkedIn wil graag weten waar je allemaal hebt gestudeerd en welke baantjes je hebt gehad. Maar wat wordt er verder met deze informatie gedaan?

De technologische revolutie zorgt enerzijds voor prachtige mogelijkheden voor persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling. Maar door de technologisering treedt er ook een sociale dwang tot zelfvervolmaking op. Hoe we ons gedragen lijkt steeds meer voorgeprogrammeerd. Ons gedrag wordt gemanipuleerd door marketeers, onze sociale vaardigheden worden minder en online ervaren we andere mensen soms meer als dingen dan als echte personen. [5]

We moeten de baas worden van onze eigen technologische evolutie. Er is betrokkenheid nodig van politici, wetenschappers en juristen. Maar het is vooral van belang dat burgers worden gestimuleerd om na te denken over hun eigen toekomst. We moeten leren hoe we voorzichtig omgaan met privacy van onszelf en anderen. We moeten toezicht houden op de manier waarop informatie tot ons komt.

Of misschien is de aantasting van onze menselijke waarden en privacy een prijs die de meeste mensen bereid zijn te betalen voor het ‘kosteloze’ gemak van Google, het comfort van Facebook en het vertrouwde gezelschap van de iPhone. Misschien moeten we accepteren dat we nu eenmaal in een wereld leven waarin technologie steeds dichterbij komt en zich verweeft in onze levens. Een wereld waarin we niet hoeven te betalen met geld, maar met onze persoonlijke informatie.

Bronnen
[1] Turkle, S. (2011). Alone together: why we expect more from technology and less from each other. New York: Basic Books

[2] Klomp, C. (2016). Kan een verbod op sociale media kinderen redden? Geraadpleegd op 26 april 2016, van http:// www.ad.nl/ad/nl/38261/Nieuws/article/detail/ 4289000/2016/04/25/Kan-een-verbod-op-sociale-media- kinderen-redden.dhtml

[3] The Guardian. (2013). Is the internet bringing out the best in us? Geraadpleegd op 25 april 2016, van http:// www.theguardian.com/commentisfree/video/2013/jul/15/ internet-susan-greenfield-david-babbs-video-debate

[4] Schurgin O’Keeffe, G & Clarke-Pearson, K. (2011). The Impact of Social Media on Children, Adolescents, and Families.Illinois: American Academy of Pediatrics

[5] Est, R. van, m.m.v. V. Rerimassie, I. van Keulen & G. Dorren (2014). Intieme technologie: De slag om ons lichaam en gedrag. Den Haag: Rathenau Instituut

De hand van de ambachtsman


Credits: Ode to Things

De simpliciteit van het glas van de Sissy-boy boeide mij. Ik kocht het en drink er nog steeds met erg veel plezier uit. Door er bijna iedere dag uit te drinken, raakte ik meer en meer geïnteresseerd. Door verder te zoeken kwam ik bij verschillende kunstenaars en handwerkers die allemaal apart zo’n zelfde of gelijke soort glas hadden ontworpen. Het drinkglas van Keita Suzuki, een Japanse productontwerper, sprak mij het meest aan als opvolger van het glas wat ik eerder zag als goed design.

Het ‘Fujiyama Glas’ is een elegante kegel dat wanneer gevuld, de besneeuwde top van de berg Fuji portretteert. Het glas is speciaal bedoelt voor bier. Verschillende bieren met verschillende schuimkragen veranderen de scène van het glas. De miniatuur Fuji zal overal ter wereld de berg en Japan met de gebruiker herenigen. Dat is het idee.

Elk van de glazen is met de hand geblazen door ambachtslieden uit Japan. Dit is een van de redenen waarom ik dit glas zie als een goed design. Omdat elk glas alle aandacht heeft gehad van een handwerker voelt het speciaal. Het voelt niet als een glas zonder verhaal. Achter elk glas wat wordt geproduceerd zit een gedachte, een geschiedenis. Van elk glas is er maar één, ook al zijn ze met zovelen. 

Voordat de industriële revolutie opkwam, werd alles gemaakt met de hand. Geen massaproductie. Ook al werden er honderden producten gemaakt van één design, elk product was een individu. In de documentaire van de BBC, ‘Ghosts in the machine’ spreekt Philips-ontwerper Dieter Rams over massaproductie. Dit is de productie van grote hoeveelheden producten, gepopulariseerd door Henry Fords Model T begin 20e eeuw. Dit is vaak lopende bandwerk om producten naar werknemers te verplaatsten. Zij zijn gespecialiseerd in het uitvoeren van één bepaalde taak in het proces. Rams vindt dat we massaproducten moeten veranderen in kwaliteit producten.

Deze kwaliteit zie ik terugkomen in het design van Suzuki’s glas. In de moderne wereld waarin wij nu leven gaat hij terug naar het handwerk. Hij laat zijn producten niet maken in een fabriek waar er duizenden uitkomen. Hij laat zijn producten vervaardigen door de handen van ambachtslieden.

Het verschil met massaproductie is dat ambachtelijke producten, zoals het Fuji Glas, liefde in zich dragen. Elk exemplaar is uniek omdat er individuele aandacht aan is besteed. Het woord ambacht doet me denken aan vroegere tijden en oude beroepen zoals smeden. Maar zelfs in de moderne tijd leeft de ambachtsman nog steeds. Iets meer gemoderniseerd, maar toch. Aan ontwerpers als Suzuki is dit goed te zien.

In een ander licht


Credits: Tokujin Yoshioka

Simpel is al jaren in. Het succes van Apple’s elegante en simplistische producten is niet te missen. Toch is het niet Apple dat deze minimalistische aanpak op design heeft bedacht. Hiervoor moeten we terug naar eind 1970, terug naar Dieter Rams.

Dieter Rams was tot 1995 hoofddesigner voor het Duitse elektronicamerk Braun. Hij bedacht 10 principes waar ‘goed design’ aan moest voldoen. Goed design moet volgens Rams innovatief zijn, een product nuttig maken, esthetisch en onopvallend zijn. Het moet ons helpen een product te begrijpen, eerlijk en consequent zijn tot in het laatste detail. Daarnaast moet design duurzaam en goed zijn voor het milieu. Als laatste was “Less, but Better” Rams’ motto wanneer het ging om goed design. Het moest draaien om de essentiële aspecten van een product.

Een product dat naar mijn mening op bijna alle fronten goed design aanraakt is het KOU – AN Glazen Theehuis van Tokujin Yoshioka. Een ultra simplistisch bouwwerk wat uitgewerkt is tot in de laatste details. Een product wat versmelt met de natuur en een heel andere kijk geeft op de Japanse traditionele cultuur.

Het project van Tokujin is niet zomaar een gemoderniseerd theehuis dat is ontstaan uit een traditioneel theehuis. Het is een project dat de oorsprong laat zien van de eigen bijzondere Japanse cultuur. Het project van Tokujin is geplaatst in Seiryu-den, een historische tempel in Kyoto.

Tokujin is van mening dat het belangrijkste voor het opsporen van de “oorsprong”, het waarnemen is van de tijd die is gemaakt samen met de natuur. Deze perceptie uit hij door oppervlakkige ontwerpen te integreren met de natuur en door te spelen met lichtinval. Japanse natuurbeschouwing wordt vaak gekenmerkt door zijn onderscheidende ruimtelijke waarneming. Dit betreft de zintuigelijke realisatie van de atmosfeer om ons heen wat kan worden beschreven als tekenen van energieën. Een dergelijke manier van waardering van de intrinsieke schoonheid van de natuur wordt erkend in de Japanse theeceremonie.

KOU – AN heeft geen scroll of bloemen die geacht te worden verstrekt in de traditionele theehuizen. Echter heeft het theehuis een soort van glitters die lijken op rimpelingen van het water wat zich uitspreidt op de vloer. Ook komt er, op een bepaald punt in de middag, een regenboog te voorschijn. Dit wordt gecreëerd door de stralen van de zon en een prismadak en siert het theehuis alsof het een bloem van licht is.

Door KOU – AN kunnen bezoekers de natuurlijke wereld leren te waarderen door zich te mengen in hun omgeving. Daarnaast hebben zij de mogelijkheid om het hele Kyoto landschap vanuit die positie te zien, 220 meter boven de grond.

Door de puurheid van Tokujins ontwerp is zijn Glazen Theehuis voor mij echt een goed ontwerp. Hij wil het traditionele van zijn cultuur in een ander licht laten zien, zonder het echt te veranderen. Het contrast met de historische plek waar hij zijn ontwerp heeft geplaatst is uitstekend gevonden omdat je, wanneer je je in het theehuis bevindt, je alsnog alles om je heen kunt zien en je je toch een beetje waant in traditioneel Japans theehuis. De bijzondere Japanse cultuur blijft behouden.

Twee gezichten

Reclames worden ontworpen om de mens te boeien. Te inspireren, te overtuigen, kennis te laten maken en natuurlijk om een product aan te bieden. De werkelijkheid wordt mooier gemaakt. Mensen worden mooier gemaakt en de mooiste plekken worden gezocht om het product te tonen. Dit alles om jou een zo mooi en perfect mogelijk plaatje te geven wat jij zal associeren met dat product. Een goed idee. Nog betere marketing.

De bladen staan er vol mee. Vrouwen met een prachtige, egale huid. Glanzende haren, heldere ogen en lippen om te zoenen. Een platte, strakke buik, mooie, lange en slanke benen. Een figuur waar je u tegen zegt. Kleding van de duurste merken, designschoenen en sieraden die waarschijnlijk meer waard zijn dan alles wat er in jouw huis te vinden is.

De mooiste mannen en vrouwen worden gevraagd voor chique campagnes van bekende merken, die mogelijk een ideaal zelfbeeld weergeven voor mannen en vrouwen wereldwijd. Maar is dit ‘ideale zelfbeeld’ wel zo ideaal? Want wanneer je aan de andere kant van de lijn staat en thuis je modetijdschrift openslaat, zie jij dan wel wat zij willen dat je ziet? Zie je prachtige modellen in nog mooiere kleding, die vandaag de dag de standaard blijken te zijn, of zie je een persoon waar jij totaal niet op lijkt en ook nooit op zal lijken?

Het is geen geheim meer dat opvoeders wereldwijd wijzen op de negatieve effecten van tijdschriften op meisjes en vrouwen (Mandal, 2004). 

Tijdschriften produceren niet alleen de schoonheidsmythe, maar zorgen ook dat de lezeressen, met name jonge meisjes, kritischer naar zichzelf kijken door de gepresenteerde slanke modellen en sensationele diëten. Studies wijzen uit dat reclame en massamedia een rol kunnen spelen in het creëren en versterken van bezorgdheid rond fysieke aantrekkelijkheid.

Het First things first manifest (Garland, 1964) stelt dat we niet moeten pleiten voor afschaffing van de hoge druk consumentenreclame. Dit is niet haalbaar. Waar zij wel voor pleiten is een omkering van de prioriteiten. Wij, designers, zouden ons moeten richten op meer gunstige en duurzame vormen van communicatie.

Niets is meer toepasselijk dan het beeld wat er nu in de modewereld voor meisjes en vrouwen wordt gecreëerd. Extreem dun is niet het nieuwe slank en je bent net zo veel waard met een jasje van 20 euro als een van 2.000 euro. We zouden ons moeten richten op het innerlijk van onze gebruikers. Wat drijft hen, wat zijn hun idealen en hoe willen zij hun leven vormgeven. Materialisme en het verknipte schoonheidsideaal moeten we overstijgen. We moeten teruggaan naar onszelf. Het delen van ervaringen en meningen zou als uitgangspunt moeten worden gezien in plaats van hetgeen aanprijzen wat de gemiddelde mens niet heeft.

All rights reserved / Lotte Feenstra
KvK 68186886