Online vs Offline: We used to talk to each other…


Credits: Joe Dator

Onze band met technologie wordt steeds hechter. Technologie is steeds meer verweven geraakt met onze levens en verzamelt op deze manier informatie over ons. Deze zogenaamde intieme technologische revolutie wordt onder andere mogelijk gemaakt door sociale media.

We laten technologie steeds verder binnen in onze persoonlijke sfeer. Dit heeft bepaalde gevolgen op ons mens-zijn. De technologie biedt kansen voor innovatie en geeft mensen mogelijkheden tot zelfontplooiing. We kunnen steeds meer en sneller dingen doen. Aan de andere kant kunnen overheden, bedrijven en andere mensen deze technologieën inzetten om invloed op anderen uit te oefenen.

Dit essay gaat in op de vraag of wij ons zorgen moeten maken over ons recht op privacy. Het gaat in op de trend dat technologie zich in snel tempo tussen ons nestelt en steeds meer over ons te weten komt of juist steeds meer over ons vrijgeeft. Bijna iedereen doet tegenwoordig mee aan het sociale mediacircus, maar kennen we ook de gevaren ervan?

We gebruiken sociale media om ons te laten zien aan de buitenwereld, contacten te leggen en met anderen te communiceren. We staan voortdurend in contact met wie we maar willen en waar we maar willen. Sociale media zorgt ervoor dat we nooit alleen hoeven te zijn. Volgens psychologe Sherry Turkle (2011) kunnen we geen genoeg krijgen van mensen, zo lang het maar op enige afstand blijft. In een hoeveelheid die voor ons controleerbaar blijft. [1]

Maar we doen veel meer met sociale media dan alleen communiceren. Het draagt bij aan onze identiteit, online en offline. We profileren ons ermee. Dit geldt voor LinkedIn, maar ook voor Facebook en Twitter. We worden steeds doorzichtiger voor de mensen om ons heen.

Onlangs heeft het Europees Parlement besloten sociale media te verbieden voor kinderen (Klomp, 2016). [2] In 2018 gaat de grens om te twitteren bijvoorbeeld naar zestien jaar. Ze gaan de nieuwe wet invoeren om de mogelijk schadelijke effecten van Twitter, Facebook, Instagram en andere sociale media op de ontwikkeling van jonge kinderen te kunnen bestrijden. Vanaf 2018 mag een kind onder de zestien jaar zonder toestemming van de ouders niet meedoen aan de sociale media.

Volgens Susan Greenfield, neurowetenschapper aan de Universiteit van Oxford, kunnen jongeren een obsessieve persoonlijkheid, een slechte zelfbeheersing en een korte spanningsboog ontwikkelen door het gebruik van sociale media.[2]

Jongeren zullen minder goed overweg kunnen met de werkelijkheid wanneer zij dag in dag uit met het internet bezig zijn. Uren achter je computerscherm zitten, in plaats van naar buiten te gaan, zou een negatief effect hebben op emotionele en sociale vaardigheden.

Maar niet iedereen is het met Greenfield eens. Justine Pardoen, eigenaar van Bureau Jeugd & Media, vindt dat er helemaal niet gezegd kan worden dat sociale media schadelijk zijn. [2] Volgens haar hangt het allemaal af van de persoon, de situatie en het soort inhoud. De context is met name belangrijk. Hoe wordt er met die media omgegaan? Hoe vaak wordt ervan gebruikt per dag?

Volgens Pardoen gaat een verbod niet helpen. Ze zegt dat het onrealistisch is om te denken dat kinderen geen gebruik meer zullen maken van sociale media. Met zo’n verbod zou je de verantwoordelijkheid leggen bij de ouders, terwijl kinderen juist zouden moeten leren om zelf verantwoordelijk te zijn voor hun gedrag. [3]

Maar wat maakt deze virtuele wereld zo aantrekkelijk dat we er haast alles voor willen opgeven? Ongeacht leeftijd. Volgens Turkle zijn mensen opzoek naar vriendschap zonder de eisen en nadelen van een échte, real-life vriendschap. We verwachten van technologie meer dan van onze eigen vrienden. Door te mailen, te posten en het sturen van berichtjes kunnen we onszelf presenteren hoe we zelf willen. We kunnen bewerken en verwijderen. We kunnen nadenken over hoe we reageren. In de fysieke wereld krijgen we deze tijd niet. Er moet gelijk gereageerd worden, zonder bedenktijd. [1]

Maar er hangt een duur prijskaartje aan die uitgedachte, verbeterde versie van onszelf online…

We laten een afdruk achter bij elke muisklik en bij elke toetsaanslag. [4] Deze zogenaamde digitale voetafdruk kan een van de grootste bedreigingen vormen voor mensen op sociale media. Veel mensen begrijpen niet dat wat je online plaatst, altijd blijft bestaan. Er wordt niet nagedacht over de foto’s die ze plaatsen of de berichtjes die ze posten.

Daarnaast worden we scherp in de gaten gehouden door marketeers. Zoek je een leuk jurkje op de ene website, kom je ‘m tot een paar dagen later keer op keer tegen op Facebook of Google. Naast het tracken van zoekresultaten beïnvloeden de marketeers ons ook met hun eigen aanbiedingen gebaseerd op wat wij ooit online hebben gezocht.

De meeste onlinediensten vragen niet veel meer van je dan een beetje informatie. Facebook heeft je naam, je email, een paar van je favoriete films of artiesten nodig. Google vraagt zo af en toe om de gebruikersvoorwaarden opnieuw te accepteren voor een update en LinkedIn wil graag weten waar je allemaal hebt gestudeerd en welke baantjes je hebt gehad. Maar wat wordt er verder met deze informatie gedaan?

De technologische revolutie zorgt enerzijds voor prachtige mogelijkheden voor persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling. Maar door de technologisering treedt er ook een sociale dwang tot zelfvervolmaking op. Hoe we ons gedragen lijkt steeds meer voorgeprogrammeerd. Ons gedrag wordt gemanipuleerd door marketeers, onze sociale vaardigheden worden minder en online ervaren we andere mensen soms meer als dingen dan als echte personen. [5]

We moeten de baas worden van onze eigen technologische evolutie. Er is betrokkenheid nodig van politici, wetenschappers en juristen. Maar het is vooral van belang dat burgers worden gestimuleerd om na te denken over hun eigen toekomst. We moeten leren hoe we voorzichtig omgaan met privacy van onszelf en anderen. We moeten toezicht houden op de manier waarop informatie tot ons komt.

Of misschien is de aantasting van onze menselijke waarden en privacy een prijs die de meeste mensen bereid zijn te betalen voor het ‘kosteloze’ gemak van Google, het comfort van Facebook en het vertrouwde gezelschap van de iPhone. Misschien moeten we accepteren dat we nu eenmaal in een wereld leven waarin technologie steeds dichterbij komt en zich verweeft in onze levens. Een wereld waarin we niet hoeven te betalen met geld, maar met onze persoonlijke informatie.

Bronnen
[1] Turkle, S. (2011). Alone together: why we expect more from technology and less from each other. New York: Basic Books

[2] Klomp, C. (2016). Kan een verbod op sociale media kinderen redden? Geraadpleegd op 26 april 2016, van http:// www.ad.nl/ad/nl/38261/Nieuws/article/detail/ 4289000/2016/04/25/Kan-een-verbod-op-sociale-media- kinderen-redden.dhtml

[3] The Guardian. (2013). Is the internet bringing out the best in us? Geraadpleegd op 25 april 2016, van http:// www.theguardian.com/commentisfree/video/2013/jul/15/ internet-susan-greenfield-david-babbs-video-debate

[4] Schurgin O’Keeffe, G & Clarke-Pearson, K. (2011). The Impact of Social Media on Children, Adolescents, and Families.Illinois: American Academy of Pediatrics

[5] Est, R. van, m.m.v. V. Rerimassie, I. van Keulen & G. Dorren (2014). Intieme technologie: De slag om ons lichaam en gedrag. Den Haag: Rathenau Instituut